Nieuws

Huis of appartement kopen als opbrengsteigendom: dit zijn de kosten waar je rekening mee moet houden

Als je een pand koopt, moet je daarop registratierechten betalen. Voor de aankoop van een woning die je zelf betrekt, bedraagt het tarief in Vlaanderen 6% sinds begin januari 2020, op voorwaarde dat je nog geen andere woning of bouwgrond in volle eigendom bezit. Voor gezinswoningen tot en met 200.000 euro is er bovendien een korting van 5.600 euro. In de Vlaamse Rand rond Brussel geldt die vermindering zelfs voor woningen tot 220.000 euro. En daarbij stopt het niet. Het tarief kan zelfs naar 5% zakken, als je bijvoorbeeld een grondige energiebesparende renovatie doet.
 
Voor een opbrengsteigendom ligt dat anders. Hier bedragen de registratierechten nog altijd 10%.


Om het met cijfers te zeggen: koop je een woning van 200.000 euro, dan betaalt u 6.400 euro als het om een gezinswoning gaat en 20.000 euro als het een tweede of derde woning betreft.

Belastingen
Op het vastgoed dat je bezit, betaal je elk jaar de onroerende voorheffing (in de volksmond: grondlasten). Die wordt berekend op het kadastraal inkomen van de woning. Het gaat om de theoretische som die je bespaart omdat je niet moet huren of om de geschatte huuropbrengst van het pand.


Voor de gezinswoning is dat meteen de eindbelasting. Je moet het kadastraal inkomen niet meer opnemen in je belastingaangifte.
Voor een opbrengsteigendom moet je elk jaar het kadastraal inkomen aangeven. Het maakt daarbij niet uit of je de woning zelf gebruikt, dan wel of je ze verhuurt aan een particulier voor privédoeleinden. De fiscus indexeert het bedrag en verhoogt het vervolgens nog eens met 40%. Wordt het pand verhuurd aan een bedrijf of aan een privépersoon die er zijn beroep in uitoefent, dan moet je de netto huuropbrengsten aangeven. Die krijg je door van de ontvangen brutohuur een kostenforfait van 40% af te trekken. De uitkomst van die oefening mag niet lager uitvallen dan het kadastraal inkomen, verhoogd met 40%. Dat inkomen wordt vervolgens aan je andere inkomsten toegevoegd en dus belast tegen de hoogste schijf waarin uw inkomen valt.
Daarnaast moet je soms ook rekening houden met gemeentelijke belastingen. Sommige steden en gemeenten rekenen een aparte taks aan voor tweede verblijven.

Fiscaal voordeel
Er is ook goed nieuws. Wie een lening afsluit voor de gezinswoning heeft sinds begin 2020 geen recht meer op een belastingvermindering. Maar wie dat doet voor een tweede of derde woning kan nog wel altijd genieten van de belastingkorting voor het langetermijnsparen, die toelaat om tot 2.350 euro af te trekken van het inkomen. Let wel: in die korf zitten ook de uitgaven voor het klassieke langetermijnsparen.


Strengere banken
Toch heb je best wat eigen middelen achter de hand als je een opbrengsteigendom wil kopen. De banken zijn strenger voor een tweede woning dan voor een gezinswoning. Om de banken te behoeden voor het al te gemakkelijk toestaan van kredieten, mogen ze van de Nationale Bank sinds begin dit jaar voor de eerste woning niet meer dan 90% van de koopsom lenen. Al zijn er wel uitzonderingen. Voor 35% van de kredieten die ze aan jongere mensen toekennen, mogen ze tot 100% gaan en voor 5% zelfs boven die grens.
Voor een tweede woning zijn de normen strenger. Wie koopt om te verhuren, kan hoogstens nog 80% van de aankoopwaarde lenen. Al mag de bank die regel voor 10% van de kredieten tot 90% gaan.


Andere kosten
Als je een pand koopt, of dit nu wel of niet je eerste of een volgende is, moet uiteraard ook rekening houden met enkele andere kosten. Denk maar aan het afsluiten van een brandverzekering en aan een benodigde reserve voor onderhoudsherstellingen. Veel hangt hierbij af of je een nieuw pand, dan wel een oudere woning of appartement koopt.

Bron: Spaargids.be / HLN.be